De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een koopovereenkomst van aandelen in Plaspoelpolder Twins B.V. tussen kopers ([eiser 1] en [eiser 2]) en verkopers (JWK, JLH en PPPT). De kopers hadden de overeenkomst op 23 april 2021 ontbonden, terwijl de verkopers dit op 10 augustus 2021 deden. De rechtbank oordeelt dat de ontbinding door verkopers rechtsgeldig is, omdat de kopers niet in gebreke hadden gesteld en geen verzuim was ingetreden.
De rechtbank stelt vast dat slechts een bedrag van € 93.150,00 daadwerkelijk door kopers aan verkopers is betaald voor de aandelen, ondanks beweringen van contante betalingen van ruim € 900.000,00. Betalingen aan derden zoals [naam 3] zijn niet aangetoond als bevrijdend voor de koopprijs. De kopers moeten de reserveringsvergoeding naar rato van hun aandelen betalen, respectievelijk € 52.272,00 en € 71.874,00. Exploitatiekosten die niet zijn overeengekomen worden terugbetaald aan kopers.
De verkopers vorderen schadevergoeding voor waardedaling van de panden en schade aan de panden, maar deze vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank wijst de vorderingen tot betaling van reserveringsvergoeding en exploitatiekosten deels toe en bepaalt verrekening van de bedragen tussen partijen. De conservatoire beslagen op bankrekeningen en onroerende zaken worden deels opgeheven of verminderd in belang van partijen.
De incidentele eis tot overlegging van documenten over borgstelling en brandschade wordt afgewezen omdat deze niet relevant is voor de ontbinding en betalingsverplichtingen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.