Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 8 september 2025- ten laste gelegd dat:
de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2016te [plaats] ,
en/of te ’s-Gravenhage,althans in Nederland
, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ontucht heeft gepleegd met een of meer van zijn minderjarig(e) pleegkind(eren), althans een of meer aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige
(n),
te weten[aangever 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1998, en/of [aangever 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2002, immers heeft hij
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] meermaals afgetrokken,
- zichzelf meermaals laten aftrekken door die [aangever 1] en/of [aangever 2] ,
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] meermaals een dildo in zijn anus laten brengen,
- die [aangever 1] en/of [aangever 2]
seksueleopdrachten laten uitvoeren en/of vastleggen, waaronder zich laten vastbinden aan bed, (terwijl) die [aangever 1] en/of
[aangever 2]seksuele handelingen op/bij hem uitvoeren, waaronder zijn penis insmeren met rode peper en/of sekspeeltjes/handboeien/touw gebruiken op/bij hem.
3.De bewijsbeslissing
gerekruteerd– om ook een valse aangifte te doen.
Uit het dossier en uit hetgeen ter terechtzitting is besproken, moet de strafrechter dan bovendien de overtuiging hebben gekregen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
Daartegen pleit ook de omstandigheid dat [aangever 1] al in 2019 bij zijn huisarts heeft aangegeven dat sprake was geweest van seksueel misbruik in het verleden. Daarnaast heeft een vriend van [aangever 1] verklaard dat [aangever 1] al in 2020 had besproken dat hij seksuele ervaringen met de verdachte had gehad. In het scenario van de verdachte moet het wel zo zijn dat deze uitingen onderdeel vormen van een pas vier tot vijf jaar daarna uitgevoerd plan om de verdachte valselijk te beschuldigen. De rechtbank kan dat niet geloven. [aangever 1] heeft ook duidelijk verklaard wat de directe aanleiding was voor het pas na al die jaren doen van aangifte, namelijk het feit dat de verdachte contact met hem zocht via social media. In die week had [aangever 1] een tentamen dat cruciaal was om zijn opleiding te halen. Hij kon zich door het contact met de verdachte niet meer concentreren en merkte dat hij er heel erg mee zat. Hij had al jarenlang overwogen om ermee naar de politie te gaan, maar schaamde zich. Door het contact met de verdachte en ook vanwege de verjaringstermijn dacht hij: ik moet er wat mee.
Ten aanzien van beide aangevers geldt dat de verdachte zelf heeft bevestigd dat zijn seksleven (mede) door BDSM gekenmerkt wordt, dat een onderdeel hiervan was dat de verdachte in de tenlastegelegde periode middels opdrachten van [naam 1] aan seksueel gerelateerde martelingen werd onderworpen en dat deze ook op beeld werden vastgelegd. Verder zijn er in de woning van de verdachte seksuele attributen gevonden, die overeenkomen met de voorwerpen die [aangever 1] en [aangever 2] in hun verklaringen hebben benoemd en zijn er op de telefoon van de verdachte foto’s aangetroffen van vastgebonden, kennelijk minderjarige jongens. De rechtbank gelooft niet dat dit, zoals de verdachte heeft verklaard, slechts “thumbnails” waren die moeten worden gezien als bijvangst bij andere, normale afbeeldingen. De foto’s passen qua aard bij SM en het daarbij betrekken van minderjarige jongens, zoals tenlastegelegd. Daarom ziet de rechtbank deze als steunbewijs. Tenslotte, maar niet in het minst, zijn er nog kenmerkende gelijkenissen in de seksuele activiteiten waarover [aangever 1] en [aangever 2] hebben verklaard, waardoor de rechtbank in hun verklaringen schakelbewijs ziet dat hun verklaringen over en weer ondersteunt. Zo hebben ze beiden verklaard dat de verdachte door hen aan seksuele martelingen – zoals het vastbinden aan bed, aftrekken, anale penetratie met een dildo of pijniging door een roller met naalden – werd onderworpen, dat deze martelingen door een online contactpersoon genaamd [naam 1] werden opgedragen en dat de uitvoering van de opdrachten op beeld werd vastgelegd.
- zichzelf meermaals laten aftrekken door die [aangever 1] en [aangever 2] ,
- die [aangever 1] en [aangever 2] meermaals een dildo in zijn anus laten brengen,
- die [aangever 1] en [aangever 2] seksuele opdrachten laten uitvoeren en vastleggen, waaronder zich laten vastbinden aan bed, terwijl die [aangever 1] en [aangever 2] seksuele handelingen bij hem uitvoeren, waaronder zijn penis insmeren met rode peper en sekspeeltjes/handboeien/touw gebruiken op hem.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen
€ 78.817,32 aan materiële schade, € 18.000,- aan immateriële schade en € 100.000,- aan toekomstige schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. [aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 20.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
€ 142,43. De rechtbank zal de benadeelde partij echter niet-ontvankelijk in de vordering verklaren voor zover deze op studievertraging betrekking heeft, omdat dit deel van de vordering namens de verdachte (gemotiveerd) is betwist en namens de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering, zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan deze schade slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
€ 142,43 aan materiële schade en € 18.000,- aan immateriële schade.
€ 18.000,-. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (VIER) JAREN;
,ten behoeve van [aangever 1] ;
,ten behoeve van [aangever 2] ;
schorsing van de voorlopige hechtenisvan de verdachte
voortduurt.