ECLI:NL:RBDHA:2025:17572
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam deze niet in behandeling omdat Spanje volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit, dat op 7 juli 2025 door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij verzet in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op 26 augustus 2025, waarbij de minister niet verscheen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het verzet is behandeld en de bodemzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en wees het verzoek af. Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoekster ter hoogte van €907,00, te betalen aan haar rechtsbijstandverlener vanwege verleende toevoeging.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907,00 proceskosten aan verzoekster.