ECLI:NL:RBDHA:2025:1762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij in Kroatië slachtoffer was van pushbacks en mishandeling door de grenspolitie, en dat hij geen adequate rechtsbijstand kon krijgen. Hij voerde aan dat de minister ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke ervaringen en recente rapporten over Kroatië.
De rechtbank overwoog dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser aannemelijk moest maken dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank vond dat eiser hierin niet was geslaagd, mede omdat hij zijn beweringen onvoldoende had onderbouwd, niet had geprobeerd te klagen in Kroatië en er geen aanwijzingen waren dat hij na overdracht in een vergelijkbare situatie zou komen.
De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom artikel 17, lid 1, van de Dublinverordening niet van toepassing is en dat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen bleef in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Kroatië en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.