ECLI:NL:RBDHA:2025:17683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bewaring ondanks onrechtmatig gebruik handboeien
De minister heeft aan eiser op 14 augustus 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat bij zijn overbrenging onrechtmatig handboeien zijn aangelegd zonder voldoende onderbouwing, wat volgens hem de bewaring onrechtmatig maakt.
De rechtbank erkent dat het dossier geen duidelijke reden bevat voor het gebruik van handboeien, waardoor sprake is van een procedureel gebrek. Dit maakt de bewaring echter pas onrechtmatig als de belangenafweging niet in redelijke verhouding staat tot het gebrek. De rechtbank oordeelt dat de korte duur van de overbrenging en de bestaande terugkeerverplichting van eiser een zwaarwegend belang voor de minister vormen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Wel veroordeelt zij de minister in de proceskosten van eiser vanwege het geconstateerde gebrek in het voortraject. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.