ECLI:NL:RVS:2019:2738
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onrechtmatige handboeien en proceskostenveroordeling
De vreemdeling werd op 6 juni 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 juni 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde in het hoger beroep dat de rechtbank onterecht geen proceskostenveroordeling oplegde aan de staatssecretaris, ondanks de constatering dat het gebruik van handboeien tijdens de overbrenging onrechtmatig was. De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een proceskostenveroordeling werd uitgesproken bij onrechtmatigheid voorafgaand aan een maatregel van bewaring.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de overbrenging en ophouding onrechtmatig waren door het gebruik van handboeien. Daarom vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris niet werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.024,00 aan proceskosten. Voor het overige bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris niet werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.024,00 aan proceskosten.