ECLI:NL:RBDHA:2025:17714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Iraakse man geboren in 2001, diende op 26 april 2024 een opvolgende asielaanvraag in met het argument van homoseksuele geaardheid. Verweerder achtte zijn identiteit geloofwaardig, maar vond de geaardheid niet aannemelijk vanwege vage en wisselende verklaringen over zijn bewustwording en relaties, evenals oppervlakkige toelichting op LHBTI-activiteiten.
Eiser voerde aan dat vertalingsproblemen en misverstanden met de tolk zijn verklaringen hebben beïnvloed en overhandigde aanvullend een onderzoeksrapport en een brief van LGBT Asylum Support. Hij stelde dat zijn seksuele contacten en deelname aan LHBTI-activiteiten zijn geaardheid ondersteunen en dat het inreisverbod opgeheven had moeten worden vanwege een relatie in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de tolk correct heeft vertaald en dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij zijn geaardheid ontdekte en ermee omging, en dat zijn verklaringen over LHBTI-activiteiten onvoldoende waren om zijn geaardheid aannemelijk te maken.
Ook was er geen bewijs dat eiser door het YouTube-interview bedreigd wordt of dat terughoudendheid niet verwacht mag worden. De relatie met een persoon in Nederland was na het opleggen van het inreisverbod ontstaan en bood geen grond voor opheffing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van de homoseksuele geaardheid wordt ongegrond verklaard.