ECLI:NL:RVS:2024:300
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel over homoseksuele gerichtheid
De vreemdeling uit Irak heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele gerichtheid, die door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd zou hebben waarom het overgelegde arrestatiebevel en verklaringen van derden onvoldoende bewijs waren.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en klaagde onder meer over de waardering van het arrestatiebevel, de verklaringen van derden en het niet horen van de gestelde partner. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de motivering van de staatssecretaris over de authenticiteit en inhoud van het arrestatiebevel en dat de verklaringen van derden onvoldoende nieuwe feiten bevatten om het asielrelaas te ondersteunen.
Verder was er geen sprake van een twijfelgeval dat het horen van de partner rechtvaardigde. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.