De zaak betreft een beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij een WIA-uitkering werd toegekend met een maatmanomvang van 54,17 uur inclusief consignatie-uren. Eiser stelt dat consignatie-uren, oftewel bereikbaarheidsdiensten, niet als arbeidstijd mogen worden meegeteld bij de maatmanomvang omdat tijdens deze uren geen daadwerkelijke arbeid wordt verricht.
De rechtbank bevestigt dat consignatie-uren niet als arbeidstijd kunnen worden aangemerkt omdat de werknemer tijdens deze uren wel bereikbaar en oproepbaar is, maar niet verplicht is fysiek aanwezig te zijn op de werkplek en geen arbeid verricht totdat hij wordt opgeroepen. De consignatievergoeding wordt echter wel als loon beschouwd omdat deze voortvloeit uit het dienstverband en daarom meetelt voor het maatmanloon.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege een onjuiste berekening van de maatmanomvang en draagt UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed. Proceskosten worden niet toegekend omdat de gemachtigde in dienst was van eiser.