Uitspraak
Beschikking op het op 8 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
[de vrouw] ,
Feiten
2025 te [geboorteplaats] .
rechtbank, welk verzoek is geregistreerd onder zaaknummer C/9/687598, FA RK.
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn in 2021 te ’s-Gravenhage gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en hebben een minderjarige zoon. De man heeft op 27 juni 2025 een echtscheidingsverzoek ingediend bij de rechtbank Den Haag.
De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen de inschrijving van de akte van afstand van de gemeenschap van goederen. De rechtbank ontving op 8 september 2025 een verzoekschrift van de man om uitstel te verlenen voor de inschrijving van deze akte in het huwelijksgoederenregister van de gemeente Den Haag.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:106 in Pro samenhang met artikel 1:104 BW Pro een beslissing over verlenging van de termijn uiterlijk 27 september 2025 moet worden genomen. Omdat de advocaat van de vrouw verhinderd was op de geplande mondelinge behandeling van 22 september 2025 en er een andere zitting gepland staat op 30 september 2025, acht de rechtbank dit een bijzondere omstandigheid.
Daarom verlengt de rechtbank ambtshalve de termijn voor inschrijving tot 1 oktober 2025 en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek voor het overige wordt aangehouden voor nader onderzoek en besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor inschrijving van de akte van afstand tot 1 oktober 2025 en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.