Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank constateert dat de beslistermijn bijna is overschreden, waarbij bijzondere omstandigheden spelen. Daarom wordt de minister opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevat een uitgebreide toelichting op de toepasselijke wettelijke kaders, waaronder de Procedurerichtlijn en de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. De rechtbank benadrukt dat de rechterlijke dwangsom een sanctie is voor het niet tijdig beslissen en dat deze hoger is dan de bestuurlijke dwangsom die in asielzaken is afgeschaft.
Eiser wordt geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure gericht op het afdwingen van een tijdige beslissing op een asielaanvraag.