ECLI:NL:RBDHA:2025:1789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens inkomen niet-rechthebbende partner hoger dan norm
Eiseres, gehuwd en woonachtig in Nederland met vier minderjarige kinderen, ontving bijstand als alleenstaande ouder. Haar echtgenoot, wonend en werkend in Duitsland zonder verblijfsvergunning, had vanaf juli 2023 inkomen uit arbeid. Het college trok de bijstandsuitkering per 1 augustus 2023 in omdat het inkomen van de niet-rechthebbende partner hoger was dan 50% van de gehuwdennorm, waardoor geen recht op bijstand meer bestond.
Eiseres betwistte dit en stelde dat de vaste lasten van haar partner hoger waren, wat volgens haar in aanmerking genomen moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat alleen het inkomen van de niet-rechthebbende partner relevant is voor de bijstandsberekening, niet de uitgaven. Het college had gehandeld conform artikel 32 lid 4 van Pro de Participatiewet, zoals uitgelegd door de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht de uitkering had ingetrokken en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 24 februari 2025.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van eiseres wordt terecht ingetrokken omdat het inkomen van de niet-rechthebbende partner hoger is dan de gehuwdennorm.