Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 7 februari 2024. De minister heeft de beslistermijn van zes maanden overschreden en eiser heeft de minister op 4 juli 2025 schriftelijk in gebreke gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op van zestien weken, waarbij de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank veroordeelt de minister tevens tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 3 september 2025.