ECLI:NL:RBDHA:2025:17920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing opvolgende asielaanvraag uit Oezbekistan
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, diende op 8 juli 2025 een opvolgende asielaanvraag in, nadat eerdere aanvragen waren afgewezen en eerdere beroepen deels waren verworpen of niet-ontvankelijk verklaard. De minister van Asiel en Migratie verklaarde de opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe relevante feiten had aangevoerd. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiser voerde geen beroepsgronden aan tegen de niet-ontvankelijkverklaring, maar wel tegen het inreisverbod, stellende dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn verblijfsrecht in Oekraïne en de oorlog aldaar, reden zouden moeten zijn om het inreisverbod te herzien. De rechtbank constateerde dat eiser op 18 augustus 2025 was uitgezet naar een derde land (Oezbekistan) en dat er geen contact meer was tussen eiser en zijn gemachtigde.
Gezien het ontbreken van contact en de uitzetting oordeelde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer had bij de behandeling van zijn beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd niet inhoudelijk op het beroep ingegaan. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.