ECLI:NL:RBDHA:2025:17958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De minister heeft op 2 juli 2025 een beslissing genomen op het bezwaarschrift van verzoekster. Verzoekster heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar. Volgens de wet kan een verzoek om voorlopige voorziening alleen worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het bezwaarbesluit.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een beroepsprocedure tegen het bezwaarbesluit.