ECLI:NL:RBDHA:2025:17996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit na beëindiging tijdelijke bescherming en bevriezingsmaatregel
Eiser kreeg op 30 juli 2025 een terugkeerbesluit opgelegd nadat zijn recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 was geëindigd en een bevriezingsmaatregel van kracht was tot 4 september 2025. Eiser stelde dat het terugkeerbesluit prematuur was en dat hij rechtmatig verblijf had tot 4 september 2025, mede omdat zijn asielaanvraag nog zou lopen.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit rechtmatig is genomen omdat de tijdelijke bescherming al was beëindigd en de bevriezingsmaatregel slechts een procedurele maatregel was die het nemen van een terugkeerbesluit niet uitsloot. De asielaanvraag van eiser was buiten behandeling gesteld, waardoor geen rechtmatig verblijf meer bestond.
Verder is geoordeeld dat de minister wel degelijk heeft getoetst aan artikel 3 EVRM Pro en dat eiser geen feiten heeft aangevoerd die een risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer aannemelijk maken. Ook is het horen van eiser schriftelijk correct verlopen, en was er geen verplichting tot ambtshalve toetsing aan andere verblijfsvergunningen of economische belangen.
Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.