ECLI:NL:RBDHA:2025:17999

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
1 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.47455
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.1 VreemdelingenbesluitArt. 3.49 Voorschrift Vreemdelingen 2000Art. 30a, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag en weigering uitstel uitzetting

Verzoeker heeft op 28 april 2025 een asielaanvraag ingediend die op 16 mei 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld, dat door rechtbank en Raad van State is verworpen. Op 28 september 2025 diende verzoeker een herhaalde asielaanvraag in, terwijl zijn uitzetting naar Pakistan gepland stond voor de volgende dag. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk en besloot de uitzetting niet uit te stellen.

Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om in Nederland te mogen blijven totdat het bezwaar was behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar sprake was van spoedeisend belang vanwege de geplande uitzetting, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.

De rechter motiveerde dit door te stellen dat de nieuwe stukken, waaronder brieven van de broer van verzoeker en een LGBT-ondersteuningsorganisatie, weliswaar nieuw waren maar niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag. De eerdere afwijzing en de onherroepelijke uitspraken over de geloofwaardigheid van verzoekers identiteit en asielverhaal bleven daarmee onverminderd van kracht.

De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de minister bij uitvoering van de uitzetting zwaarder woog dan het belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag en het uitstel van uitzetting wordt afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47455
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 september 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
1. Bij besluit van 29 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister besloten om de herhaalde asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk te verklaren en de uitzetting niet achterwege te laten vanwege de opvolgende asielaanvraag die hij heeft ingediend.
2. Verzoeker heeft diezelfde dag bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij dat bezwaar in Nederland mag afwachten.
3. De minister heeft op 30 september 2025 een verweerschrift ingediend.
4. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting omdat spoed dit vereist en dit partijen niet in hun belangen schaadt.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijs het verzoek af.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Verzoeker heeft eerder op 28 april 2025 asiel aangevraagd. De asielaanvraag is bij besluit van 16 mei 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft daarbij een terugkeerbesluit ontvangen en is sindsdien gewezen op zijn vertrekplicht. Het beroep tegen dit besluit op eisers asielaanvraag heeft de rechtbank Den Haag in de uitspraak van 18 juli 20251 ongegrond verklaard. Deze uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 augustus 20252 bevestigd.
2. Verzoeker heeft op 28 september 2025 een herhaalde asielaanvraag ingediend, terwijl de volgende dag om 16:15 uur zijn terugkeer naar Pakistan stond gepland. De minister heeft de herhaalde aanvraag bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard3. Volgens de minister zijn er geen nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de aanvraag. Ook heeft de minister besloten dat de uitzetting niet achterwege blijft4, omdat er volgens de minister sprake is van duidelijke aanwijzingen5 waaruit blijkt dat de asielaanvraag louter is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of verhinderen.

Wat wil verzoeker?

3. Verzoeker wil met de voorlopige voorziening bereiken dat hij de behandeling van het bezwaar tegen het bestreden besluit in Nederland mag afwachten. Hij heeft verder gronden van bezwaar ingediend. De gronden van bezwaar zien – kort gezegd – op de rechtmatigheid van de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag.
3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaarschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker een spoedeisend belang heeft, omdat voor verzoeker op 30 september 2025 een vlucht gepland staat om hem uit te zetten.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de minister mogen concluderen dat de brief van de broer van verzoeker en de brief van de LGBT Asylum Support weliswaar nieuw, maar niet relevant voor de beoordeling van de asielaanvraag zijn. Voor wat betreft de brief van de broer verwijst de voorzieningenrechter naar rechtsoverweging 7 van de uitspraak van de rechtbank van 18 juli 2025, waarin de rechtbank oordeelt dat de minister zich met het geloofwaardig achten van verzoekers identiteit op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat dit de afwijzing van de asielaanvraag niet aantast. De stelling van verzoeker, zonder onderbouwing, dat dit wel degelijk afbreuk doet aan het asielrelaas slaagt niet. De verklaringen van de broer over verzoekers identiteit en seksuele gerichtheid doennamelijk niet af aan de beoordeling van de minister van verzoekers eigen verklaringen over zijn seksuele gerichtheid.
Voor wat betreft de brief van de LGBT Asylum Support en wat daarin is opgemerkt over het niet betrekken van eisers referentiekader merkt de voorzieningenrechter op dat verzoekers grond in dit kader enkel ziet op de inhoud van de rechtbankuitspraak. Deze uitspraak is onherroepelijk. Verzoeker kan niet via deze weg de in rechte vaststaande besluitvorming over zijn eerste aanvraag aantasten. Specifieke gronden ten aanzien van het betreden besluit zijn niet door verzoeker aangevoerd.
Wat oordeelt de voorzieningenrechter?
8. Nu beide brieven geen relevante, nieuwe elementen bevatten, laat de voorzieningenrechter de stellingen omtrent de datum van indiening van de documenten onbesproken. Deze kunnen immers niet tot een ander oordeel leiden.
9. Gelet op het voorgaande is er weliswaar spoedeisend belang, maar heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Verzoeker heeft geen argumenten aangevoerd waarom zijn belang zwaarder zou moeten wegen dan het belang van de minister. Verzoeker heeft ook geen specifieke gronden gericht tegen de weigering om de uitzetting achterwege te laten. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het belang van de minister bij doorgang van de geplande uitzetting zwaarder weegt dan eisers belang. . De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 30 september 2025 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

___________

2202504293/1/V2
3 Artikel 30a, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
4 Artikel 3.1, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb)
5 Zoals vermeld in artikel 3.49 Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV)