ECLI:NL:RBDHA:2025:17999
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag en weigering uitstel uitzetting
Verzoeker heeft op 28 april 2025 een asielaanvraag ingediend die op 16 mei 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld, dat door rechtbank en Raad van State is verworpen. Op 28 september 2025 diende verzoeker een herhaalde asielaanvraag in, terwijl zijn uitzetting naar Pakistan gepland stond voor de volgende dag. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk en besloot de uitzetting niet uit te stellen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om in Nederland te mogen blijven totdat het bezwaar was behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar sprake was van spoedeisend belang vanwege de geplande uitzetting, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.
De rechter motiveerde dit door te stellen dat de nieuwe stukken, waaronder brieven van de broer van verzoeker en een LGBT-ondersteuningsorganisatie, weliswaar nieuw waren maar niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag. De eerdere afwijzing en de onherroepelijke uitspraken over de geloofwaardigheid van verzoekers identiteit en asielverhaal bleven daarmee onverminderd van kracht.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de minister bij uitvoering van de uitzetting zwaarder woog dan het belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag en het uitstel van uitzetting wordt afgewezen.