Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 28 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met het doel verblijf bij zijn echtgenote in Nederland. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan het middelenvereiste. De minister stelde dat referente, de echtgenote, niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikte.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de individuele omstandigheden, waaronder het arbeidscontract voor onbepaalde tijd van referente en zijn eigen inkomen. De rechtbank oordeelde dat het arrest Khachab vereist dat de minister een toekomstgerichte, individuele beoordeling maakt, waarbij alle relevante omstandigheden worden betrokken. Echter, eiser had onvoldoende onderbouwd dat de inkomsten van referente duurzaam en voldoende waren.
De rechtbank stelde vast dat het inkomen van referente structureel te laag was en fluctuaties kende, en dat eiser geen rechtmatig verblijf had waardoor zijn inkomen niet meegewogen kon worden. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het middelenvereiste rechtvaardigden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.