ECLI:NL:RVS:2016:1998
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame middelen
De vreemdeling, met de Nepalese nationaliteit, vroeg om wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn Nederlandse partner te verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat niet was gebleken dat de partner duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte, mede vanwege tijdelijke arbeidscontracten die niet zeker voor een jaar beschikbaar waren.
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris de Gezinsherenigingsrichtlijn had geschonden door onvoldoende rekening te houden met de specifieke omstandigheden van zijn partner, zoals haar recente afronding van de opleiding tot gymlerares, uitzicht op vast dienstverband en de gangbaarheid van tijdelijke contracten in het onderwijs. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende een individuele beoordeling had gemaakt van de duurzaamheid van de middelen van bestaan.
De Afdeling oordeelde dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en dat de staatssecretaris alle relevante omstandigheden had moeten betrekken bij de beoordeling, conform het arrest Khachab van het Hof van Justitie en de richtsnoeren van de Europese Commissie. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende individuele beoordeling van duurzame middelen van bestaan en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.