Eiseres heeft op 4 juli 2024 een herhaalde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, mede namens haar kinderen. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet, omdat eiseres en haar kinderen internationale bescherming genieten in Frankrijk.
De rechtbank heeft het beroep op 22 september 2025 behandeld en geoordeeld dat het beroep gegrond is. De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar kinderen psychische problematiek hebben die verband houdt met hun ervaringen in Frankrijk. De behandelaren benadrukken dat terugkeer naar Frankrijk de klachten waarschijnlijk zal verergeren en dat de noodzakelijke psychiatrische zorg in Nederland beter aansluit bij hun situatie.
De minister had in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd waarom ondanks deze medische omstandigheden de terugkeer naar Frankrijk redelijk zou zijn. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van eiseres en haar kinderen adequaat moeten worden meegewogen. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten.