Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
,de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
tussen eiseres en referentgeen sprake is van ‘further elements of dependancy, involving more than the normal emotional ties’ (bijkomende elementen van afhankelijkheid). Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan immers dan pas worden gesproken van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen ouders en meerderjarige kinderen. Uit vaste rechtspraak van het EHRM volgt dat de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid, een vraag is van feitelijke aard en dat de beantwoording daarvan afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden. [1] Het EHRM heeft in verschillende arresten factoren aangewezen die relevant kunnen zijn bij de vraag of hiervan sprake is. Van belang is of de familieleden hebben samengewoond [2] , de mate van financiële afhankelijkheid [3] , de mate van emotionele afhankelijkheid [4] , de medische omstandigheden [5] , de banden met het land van herkomst en of de gezinsleden in het land van herkomst behoorden tot hetzelfde gezin [6] . Uit uitspraken van het EHRM [7] blijkt verder dat de minister bij de beoordeling zwaarwegend maar niet doorslaggevend gewicht mag toekennen aan het antwoord op de vraag of er een reële mogelijkheid bestaat dat ook andere familieleden of derden de door het afhankelijke familielid benodigde zorg geven. Geen van deze factoren zijn op zichzelf of in combinatie per definitie voldoende om bijkomende elementen van afhankelijkheid aan te nemen. Daarbij zullen steeds alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen.