ECLI:NL:RBDHA:2025:18097
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 30 november 2023 en moest oorspronkelijk binnen zes maanden beslissen. Deze termijn is verlengd met negen maanden op grond van WBV 2023/3 en met een jaar vanwege het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, waardoor de maximale beslistermijn 21 maanden bedraagt.
Eiser stelde de minister op 16 juni 2025 in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling prematuur en het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vond het niet nodig partijen te horen in een zitting.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de vereiste ingebrekestelling na het verstrijken van de beslistermijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.C. van de Mortel op 29 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.