ECLI:NL:RBDHA:2025:18190
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tot beslissing bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de minister op 20 mei 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt en vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De minister heeft het bezwaar ongegrond verklaard, maar deze beschikking later ingetrokken waardoor het bezwaar weer open is komen te vallen. De minister verzet zich niet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor het treffen van een voorlopige voorziening is voldaan, mede gezien het ontbreken van verzet door de minister en het spoedeisende belang van verzoeker. Daarom wordt de minister verboden om uitzetting of voorbereidingen daartoe te verrichten totdat het bezwaar is afgedaan. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van €907,-.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en de minister wordt verboden uitzetting te verrichten totdat op het bezwaar is beslist.