Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres 1,
[eiseres 3], V-nummer: [V-nummer] , eiseres 3 en
[referent], V-nummer: [V-nummer] , referent hierna gezamenlijk aan te duiden als eisers, (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met het verblijfsdoel gezinshereniging bij referent. De minister wees deze aanvraag af, waarna eisers bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de minister terecht het familieleven tussen referent en zijn moeder en zussen heeft ontkend. Volgens het jongvolwassenenbeleid moet aan vier cumulatieve voorwaarden worden voldaan om familieleven aan te nemen tussen meerderjarige kinderen en ouders. Referent voldoet niet aan deze voorwaarden, mede omdat hij zelfstandig woont, werkt, een opleiding volgt en deels in het onderhoud van zijn moeder voorziet. Ook is de langdurige scheiding door de vluchtsituatie een contra-indicatie die de minister mocht meewegen.
Eisers voerden aan dat de minister onvoldoende rekening hield met de vluchtsituatie en dat het jongvolwassenenbeleid ook op de zussen van toepassing zou moeten zijn. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat het beleid niet geldt voor broers en zussen en dat bijkomende elementen van afhankelijkheid ontbreken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is, waardoor de afwijzing van de aanvraag standhoudt. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.