ECLI:NL:RBDHA:2025:18262
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid en late indiening
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 28 juli 2025 een opvolgende asielaanvraag in met het argument van vervolging vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de verklaringen over zijn seksuele gerichtheid niet geloofwaardig waren en dat eiser zijn aanvraag niet onmiddellijk had ingediend.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 16 september 2025. Eiser stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn culturele achtergrond en persoonlijke omstandigheden en dat hij tijdens een aanvullend gehoor zijn motieven nader wilde toelichten. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder wel degelijk rekening had gehouden met het referentiekader en dat eiser tijdens het gehoor geen gebruik had gemaakt van de geboden mogelijkheden om zijn verhaal toe te lichten.
Verder vond de rechtbank dat de medische omstandigheden van eiser niet zodanig waren dat hij niet in staat was geweest om te verklaren. De rechtbank stelde vast dat eiser zijn asielaanvraag niet onmiddellijk had ingediend nadat hij hiertoe de mogelijkheid had, wat een geldige grond was voor afwijzing als kennelijk ongegrond. Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.