ECLI:NL:RBDHA:2025:18279

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.33545
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister

Verzoeker, van Turkmeense nationaliteit, kreeg op 26 augustus 2025 een terugkeerbesluit opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zaaknummer NL25.33544. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening om het terugkeerbesluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting, aangezien partijen hiermee instemden. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak op het beroep en verklaarde dit ongegrond. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gepseudonimiseerd openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33545

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Turkmeense nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1. De minister heeft met het besluit van 26 augustus 2025 aan verzoeker een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer: NL25.33544) en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat partijen hiermee hebben ingestemd.

Oordeel van de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.