ECLI:NL:RBDHA:2025:18281
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Bij besluit van 30 april 2025 wees de minister de aanvraag kennelijk ongegrond af. De vreemdeling stelde beroep in, maar volgens de gemachtigde is er sinds 15 mei 2025 geen contact meer met hem.
De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling op 9 april 2025 met onbekende bestemming is vertrokken, zonder zich opnieuw te melden bij relevante instanties zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst of het COA. Dit werd onderbouwd met een screenshot van het COA. Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder bericht vertrekt geen prijs stelt op bescherming.
Omdat de vreemdeling geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde en niet meer in Nederland verblijft, concludeert de rechtbank dat hij geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken.