AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De eiser, een Congolese nationaliteit, is sinds 22 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 vanPro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 30 september 2025 zonder zitting.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep beoordeeld en achtte deze rechtmatig. De beoordeling richt zich daarom op de periode vanaf 15 juli 2025.
Eiser betwist de duidelijkheid over de afgifte van een laissez-passer (lp) en stelt dat een lichter middel zoals een meldplicht volstaat. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft toegelicht dat er zicht is op uitzetting naar Congo binnen een redelijke termijn en dat een lichter middel niet doeltreffend is om onderduiken te voorkomen.
De rechtbank ziet geen grond voor onrechtmatigheid in het voortduren van de bewaring en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en krijgt eiser geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46401
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.G.A.M. Halfers),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
Verweerder heeft op 22 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 30 september 2025.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1965 en de Congolese nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 1 mei 2025 [1] en 17 juli 2025 [2] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep, 15 juli 2025.
4. Eiser voert aan dat het onduidelijk is dat enerzijds in het verslag van het vertrekgesprek blijkt dat een laissez-passer (lp) is afgegeven voor een mogelijk vertrek via het International Organisation Migration (IOM) en dat anderzijds uit het laatste voortgangsrapport geen melding wordt gemaakt van een afgegeven lp.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in zijn verweerschrift voldoende heeft toegelicht dat zowel het IOM als de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) parallel een lp-traject hebben gestart en dat het niet mogelijk is dat een geldige lp tegelijkertijd aan het IOM als de DT&V wordt verstrekt. Zodra de geldigheidsduur van de lp die is afgegeven aan het IOM is verstreken – 1 oktober 2025 – zal naar verweerders verwachting binnen korte termijn een lp aan de DT&V worden verstrekt. Er is dan ook nog steeds sprake van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Congo.
6. Eiser stelt tot slot dat het laten voortduren van de inbewaringstelling onrechtmatig is en dat verweerder ook kan volstaan met het opleggen van een lichter middel zoals een meldplicht.
7. Eiser wordt hierin niet gevolgd. In de uitspraak van 1 mei 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast om het risico op onderduiken te ondervangen. In wat eiser nu aanvoert ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel.
8. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.