ECLI:NL:RBDHA:2025:18369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging in Ethiopië
Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende persoon, diende op 21 juli 2022 een asielaanvraag in met als grond zijn Tigrese etniciteit, eerdere arrestaties en discriminatie, en zijn weigering om zich aan te sluiten bij de Tigray Defence Forces (TDF). Verweerder achtte de relevante elementen van het asielrelaas geloofwaardig, maar concludeerde dat deze geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer opleveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht en deugdelijk gemotiveerd heeft geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij nog wordt gezocht door autoriteiten of de TDF, mede gelet op recente informatie over de verbeterde situatie in Mek’ele en de regio Tigray. De ervaren discriminatie werd als onvoldoende ernstig beoordeeld om als asielgrond te gelden.
Ook de door eiser aangevoerde algemene situatie in Tigray en het risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro werden door de rechtbank niet aannemelijk geacht. Verweerder toonde aan dat de situatie aanzienlijk is verbeterd, met een staakt-het-vuren en vredesakkoorden, en dat er geen sprake is van willekeurig geweld dat terugkeer onverantwoord maakt.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.