Eiser, een Ethiopische staatsburger, diende in oktober 2021 een opvolgende asielaanvraag in, nadat een eerdere aanvraag in 2011 was afgewezen. Hij baseerde zijn vrees op politieke activiteiten in Nederland, waaronder deelname aan demonstraties en uitingen op sociale media, en op de oorlogssituatie in de regio Tigray.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit van de minister, dat de aanvraag als kennelijk ongegrond afwijst, terecht is genomen. Hoewel het besluit formeel door een niet-bevoegde staatssecretaris is ondertekend, passeert de rechtbank dit gebrek wegens het ontbreken van belangen- of procesrechtschade voor eiser. Ook overschrijding van de beslistermijn van 21 maanden leidt niet tot toewijzing.
Inhoudelijk is vastgesteld dat eiser niet behoort tot een risicogroep zoals journalisten of activisten, zijn politieke uitingen op sociale media niet als kritiek gelden, en hij geen leidende rol had bij demonstraties. De minister heeft bovendien het actuele veiligheidsbeeld in Ethiopië betrokken, waar sinds een staakt-het-vuren-overeenkomst in november 2022 geen actief gewapend conflict meer is in Tigray. De rechtbank volgt dit oordeel en wijst het beroep af.