Uitspraak
1.AV FLEXOLOGIC B.V.,
ALLFLEXO B.V.,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 39). De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, valt bij gebreke aan een dringende reden en de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden niet in te zien dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [partij A] . Dat betekent dat Allflexo de transitievergoeding verschuldigd is. Nu zij in de conclusie van antwoord heeft aangegeven zich te conformeren aan de berekening van de transitievergoeding van [partij A] zal zij worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding tot een bedrag van € 23.985,58 bruto. Met toepassing van artikel 7:686a lid 1 BW zal de verzochte wettelijke rente over de transitievergoeding worden toegewezen te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 6 juli 2025.