ECLI:NL:RBDHA:2025:18382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke intrekking en wijziging omgevingsvergunning milieu Shell vanwege opheffen CPO-fabriek
Shell Nederland Raffinaderij B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland dat haar verzoek tot gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning voor de CPO-fabriek heeft ingewilligd en ambtshalve twee voorschriften heeft gewijzigd.
De kern van het geschil betreft de geluidbelastingvoorschriften waarin immissiepunten zijn opgenomen op 10, 15 en 20 meter hoogte, terwijl Shell stelt dat deze punten op gevelhoogte van 5 meter moeten liggen conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI). Shell voert aan dat hogere immissiepunten nadelig zijn voor het berekenen van geluidreducerende maatregelen.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom immissiepunten op hogere niveaus zijn gehanteerd en dat deze keuze nadelig kan uitpakken voor Shell zonder dat het college een meerwaarde daarvan heeft aangetoond. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit voor zover het de intrekking en vervanging van de voorschriften betreft.
Het college wordt verplicht het griffierecht aan Shell te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 24 september 2025.
Uitkomst: Het beroep van Shell is gegrond verklaard en het besluit tot wijziging van de milieuvoorschriften is vernietigd wegens onvoldoende motivering.