ECLI:NL:RBDHA:2025:18426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van 28 mei 2025, waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van eiser niet in behandeling heeft genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tijdens de procedure heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 4 juli 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en het contact met zijn gemachtigde is verbroken. De rechtbank heeft partijen bericht dat zij voornemens is uitspraak te doen zonder zitting, waarop geen reactie is ontvangen.
De rechtbank overweegt dat vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgaat van het ontbreken van belang bij de procedure indien een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden, tenzij anders blijkt. Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming, heeft eiser geen belang meer bij inhoudelijke behandeling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 door rechter M.L. Weerkamp.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vertrek met onbekende bestemming.