Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De eiser, van Indiase nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was op 2 oktober 2025 opgeheven, waarna de rechtbank alleen de rechtmatigheid van de bewaring tot dat moment beoordeelde.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het sluiten van het eerdere onderzoek op 5 augustus 2025 rechtmatig was. De eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar India omdat de Indiase autoriteiten niet reageerden op rappels en dat hij een aanvraag voor verblijf bij zijn minderjarige kind had ingediend.
De rechtbank vond echter dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de Indiase autoriteiten niet zouden meewerken en dat eiser zelf onvoldoende inspanningen had verricht om een laissez-passer te verkrijgen. De aanvraag voor verblijf bij het kind leidde tot de opheffing van de maatregel, maar maakte het voortduren van de bewaring daarvoor niet onrechtmatig.
Er was geen sprake van schending van het familie- en gezinsleven of het non-refoulementbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.