Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende op 15 april 2023 een asielaanvraag in die op 30 mei 2025 door de minister werd afgewezen. Tevens werd een terugkeerbesluit genomen. Eiseres voerde aan dat zij en haar familie bedreigd werden door Al-Shabaab, maar de minister vond de verklaringen over deze problemen ongeloofwaardig vanwege wisselende, vage en tegenstrijdige verklaringen.
De rechtbank behandelde het beroep op 21 augustus 2025 en 1 september 2025, waarbij ook de woonplaats van eiseres in Somalië aan de orde kwam. De rechtbank oordeelde dat de minister het besluit voldoende had gemotiveerd en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij bijzondere kwetsbaarheid heeft of dat zij een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer.
De minister stelde dat eiseres niet als alleenstaande vrouw wordt beschouwd en dat zij voldoende familie in Somalië heeft waarop zij kan terugvallen. De rechtbank vond dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het asielmotief over Al-Shabaab had betwijfeld en dat daarmee ook het alleenstaande statuut niet vaststaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef in stand.