ECLI:NL:RBDHA:2026:339

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.30809
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vreemdelingenwet 2000Art. 31, zesde lid, Vreemdelingenwet 2000Artikel 4, vijfde lid, KwalificatierichtlijnArtikel 8:72, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Somalië

Eiseres, een minderjarige Somalische vrouw, diende op 15 mei 2024 een asielaanvraag in die door de minister op 3 juli 2025 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 21 oktober 2025 en oordeelt dat de minister de geloofwaardigheid van de problemen met Al Shabaab terecht betwist, maar onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt.

De rechtbank weegt mee dat het dorp van eiseres in een gebied ligt met onduidelijke controle, mogelijk deels door Al Shabaab, en dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat eiseres veilig kan terugkeren. De geloofwaardigheidsbeoordeling van de minister is grotendeels juist, maar de motivering over het risico bij terugkeer is onvoldoende.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over het risico bij terugkeer en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.30809
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. C.C. Smit),
en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank oordeelt dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de problemen van eiseres met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. De minister heeft echter onvoldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar haar woonplaats in Somalië geen reëel risico op ernstige schade loopt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 15 mei 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A.N. Musayusuf (tolk),
[persoon] (voogd) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres stelt dat zij is geboren op [geboortedatum] 2009, dat zij de Somalische nationaliteit heeft en dat zij tot de Abgaal bevolkingsgroep behoort. Zij stelt verder dat zij afkomstig is uit het dorp [plaats 1] , gelegen in het district [district] en in de regio [regio1] . Eiseres heeft een asielaanvraag gedaan om de volgende redenen. Toen eiseres 14 jaar oud was, is haar moeder thuis benaderd door drie mannen van Al Shabaab die eiseres wilden laten uithuwelijken. Eiseres was op dat moment niet thuis. De moeder van eiseres heeft de mannen van Al Shabaab doorgestuurd naar de vader van eiseres, die bij de waterput aan het werk was. Sindsdien is de vader van eiseres niet meer thuis gekomen en eiseres en haar moeder weten niet of hij nog leeft. Nadat de mannen waren vertrokken uit het huis, heeft de moeder van eiseres contact opgenomen met een oom van moederskant. Kort daarna is eiseres met behulp van haar oom vertrokken naar [plaats 2] . Na 10 dagen heeft eiseres Somalië verlaten. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiseres om te worden verkracht en/of vermoord door Al Shabaab. Eiseres heeft verder verklaard dat zij in Somalië is besneden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • problemen met Al Shabaab;
  • besnijdenis.
4.1.
De minister beoordeelt de geloofwaardigheid van de asielmotieven aan de hand van Werkinstructie (WI) 2024/6. De minister stelt zich op het standpunt dat de asielmotieven onder (1) en (3) geloofwaardig zijn. Het asielmotief onder (2) is volgens de minister niet geloofwaardig omdat eiseres dit asielmotief niet volledig heeft onderbouwd met documenten én omdat de verklaringen van eiseres over de problemen met Al Shabaab geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen als bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Vw.
4.2.
Voor wat betreft de geloofwaardig geachte asielmotieven (1) en (3) stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres op grond daarvan niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. Eiseres kan volgens de minister niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Dat zij uit Somalië komt is daarvoor niet voldoende en zij behoort niet tot het risicoprofiel ‘alleenstaande vrouw’ als bedoeld in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Verder loopt eiseres bij terugkeer naar Somalië volgens de minister geen reëel risico op ernstige schade. De enkele omstandigheid dat eiseres uit Somalië afkomstig is, is daarvoor niet voldoende. Ook valt eiseres niet onder de groep die systematisch wordt blootgesteld aan een dergelijk risico als bedoeld in paragraaf C7/30.4.1.1 van de Vc. De plaats waar eiseres vandaan komt, [plaats 1] , staat namelijk niet onder controle van Al Shabaab en om daar naartoe te reizen vanuit [plaats 2] hoeft eiseres niet door gebied te reizen waar Al Shabaab aan de macht is. De minister neemt verder op grond van paragraaf C7/30.4.2. van de Vc een relatief lager niveau van willekeurig geweld aan in de regio [regio1] , waarin de woonplaats van eiseres is gelegen. Uit de verklaringen van eiseres is niet gebleken dat zij een hoger risico loopt om slachtoffer te worden van dit willekeurige geweld dan iemand anders. De minister wijst de asielaanvraag daarom af als ongegrond.
4.3.
Verder komt eiseres volgens de minister niet in aanmerking voor uitstel van vertrek op grond van medische omstandigheden en ook niet voor een verblijfsvergunning regulier. Eiseres krijgt geen verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen als bedoeld in paragraaf B8/6 van de Vc, omdat het onderzoek naar adequate opvang voor eiseres in Somalië nog niet is afgerond. Zolang dit onderzoek nog loopt, heeft eiseres procedureel rechtmatig verblijf.
De beroepsgronden van eiseres over de geloofwaardigheid van de problemen met Al Shabaab en het oordeel van de rechtbank daarover
Over de geloofwaardigheidsbeoordeling onder Werkinstructie 2024/6
5. Eiseres voert aan dat een geloofwaardigheidsbeoordeling waarbij een asielmotief niet geloofwaardig wordt geacht als niet aan één of meer van de cumulatieve voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw wordt voldaan, in strijd is met het Unierecht. Ook als ten aanzien van een asielmotief niet aan alle cumulatieve voorwaarden is voldaan, moet de minister nog steeds een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling maken en beoordelen of aan de vreemdeling het voordeel van de twijfel moet worden gegeven. Eiseres verwijst naar de arresten van het Hof van Justitie van de EU van 29 juni 2023 (C-756/21) en van 9 november 2023 (C-125/22) en naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 8 augustus 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:14846). De minister heeft de beoordeling in het bestreden besluit ten aanzien van het asielrelaas van eiseres ten onrechte beperkt tot slechts enkele verklaringen in het kader van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw, zonder (voldoende) het referentiekader van eiseres en de situatie in het herkomstgebied mee te nemen in de beoordeling of in het licht daarvan aan eiseres toch het voordeel van de twijfel moet worden gegund.
5.1.
De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze zittingsplaats van 10 juni 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:10057). Hierin is geoordeeld dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat toepassing van de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in Werkinstructie (WI) 2024/6, in iedere zaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. De geloofwaardigheidsbeoordeling is gebaseerd op de voorwaarden vermeld in artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn, die zijn geïmplementeerd in artikel 31, zesde lid, van de Vw, en bevat veel punten die ook al werden betrokken in de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in WI 2014/10. Hoewel er situaties denkbaar zijn waarin de toepassing van de WI 2024/6 tot een beoordeling kan leiden die in strijd is met artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn, zullen dergelijke situaties zich om uiteenlopende redenen niet in iedere zaak voordoen. Daarbij is ook van belang hoe WI 2024/6 in individuele asielbesluiten haar weerslag vindt. De rechtbank zal dus in iedere afzonderlijke asielzaak, aan de hand van de beroepsgronden, moeten toetsen of de minister alle relevante aspecten heeft betrokken en voldoende is gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig is. Op de vraag of de minister het referentiekader van eiseres en de situatie in het herkomstgebied voldoende heeft betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling, zal de rechtbank hierna ingaan.
Over het referentiekader van eiseres en haar verklaringen over de benadering van haar moeder door Al Shabaab
6. Eiseres voert aan dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van haar verklaringen over de benadering van haar moeder door Al Shabaab onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Ten tijde van deze benadering was zij slechts 14 jaar oud en eiseres heeft, behalve de koranschool, geen onderwijs gevolgd. Verder blijkt uit het in beroep ingediende verslag van 17 september 2025 over een bij eiseres afgenomen niet-verbale intelligentietest dat zij een IQ-score van 63 heeft. Volgens de orthopedagoog die het verslag heeft opgesteld, duidt deze score op een zeer laag of zeer moeilijk lerend intelligentieniveau. In combinatie met beperkte of geen onderwijservaring in haar land van herkomst, kan dit volgens de orthopedagoog leiden tot een zeer vertraagde cognitieve ontwikkeling. Gelet op de leeftijd, achtergrond en het ontwikkelingsniveau van eiseres en de omstandigheid dat de gebeurtenissen in Somalië zich binnen een zeer kort tijdsbestek hebben afgespeeld, heeft de minister volgens eiseres ten onrechte aan haar tegengeworpen dat zij geen nadere details heeft gevraagd aan haar moeder over de wijze waarop Al Shabaab haar moeder benaderd heeft. Dat geldt ook voor de (spaarzame) contacten die zij tot nu toe met haar oom heeft gehad. Tijdens de zitting heeft eiseres subsidiair aangevoerd dat de minister het verslag van 17 september 2025 dient voor te leggen aan medTadvies om te laten beoordelen welke mate van gedetailleerdheid van de verklaringen van eiseres kan worden verwacht over gebeurtenissen die haar moeder heeft meegemaakt.
6.1.
De rechtbank overweegt en oordeelt als volgt. De minister heeft in het bestreden besluit het standpunt ingenomen dat eiseres tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat er op een dag drie gewapende mannen van Al Shabaab bij haar moeder langs zijn geweest omdat zij eiseres wilden laten uithuwelijken en dat eiseres over deze benadering niet meer heeft kunnen verklaren. Eiseres heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat zij niet betwist dat zij weinig details heeft gegeven over de wijze waarop haar moeder is benaderd door Al Shabaab. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het referentiekader van eiseres voldoende betrokken in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Eiseres heeft gesteld dat haar leeftijd, ontwikkelingsniveau en de omstandigheid dat de gebeurtenissen in Somalië zich binnen een zeer kort tijdsbestek hebben afgespeeld ertoe (kunnen) hebben geleid dat zij op dát moment geen nadere details heeft gevraagd aan haar moeder. Wat daar ook van zij, dit laat naar het oordeel van de rechtbank onverlet dat de minister aan eiseres heeft mogen tegenwerpen dat niet is gebleken dat zij nadien, sinds zij in Nederland is, enige poging heeft gedaan om contact op te nemen met haar moeder om navraag te doen over de benadering door Al Shabaab. Daarbij heeft de minister het standpunt mogen innemen dat de benadering door Al Shabaab de kern van het asielrelaas van eiseres betreft en dat het aan eiseres blijft om haar asielrelaas inzichtelijk en aannemelijk te maken. Juist nu eiseres stelt dat zij ten tijde van de gebeurtenis niet thuis was, is het van groot belang dat zij navraag doet bij haar moeder over de wijze van benadering. De minister heeft dan ook mogen betrekken dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit ruim een jaar in Nederland was en dat zij heeft verklaard dat zij sinds kort telefonisch contact heeft (via een ander persoon) met haar oom die in [plaats 2] woont, dat die op zijn beurt weer contact heeft met de oom van eiseres die in haar dorp woont, en dat zij via deze weg hoort hoe het met haar moeder gaat. Ook tijdens de zitting is onduidelijk gebleven waarom eiseres, eventueel met behulp van haar gemachtigde en/of voogd, niet via haar ooms navraag kan doen bij haar moeder over de gebeurtenissen. De enkele stelling van eiseres dat er geen bereik is en dat post niet aankomt, acht de rechtbank onvoldoende. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding
om de minister op te dragen om het verslag van 17 september 2025 voor te leggen aan medTadvies. De beroepsgrond slaagt niet.
Over de benadering van de vader van eiseres door Al Shabaab
7. Eiseres voert vervolgens aan dat, anders dan de minister in het bestreden besluit heeft gesteld, zij in de zienswijze wel degelijk heeft aangevoerd dat zij niet wisselend heeft verklaard over de benadering van haar vader door Al Shabaab. Het feit dat haar vader niet thuis kwam, was voor eiseres een bevestiging van wat zij eerder had gehoord, namelijk dat haar vader was meegenomen. In de zienswijze kon niet anders dan een mogelijke uitleg worden gegeven omdat, zoals ook blijkt uit de zienswijze, er door omstandigheden geen gelegenheid was om het voornemen met eiseres te bespreken. Na bespreking is deze mogelijkheid bevestigd. Er is in ieder geval geen sprake van evident wisselende verklaringen. Verder merkt eiseres op dat het niet erg gepast is om een minderjarig meisje niet een (heel kort) uitstel te geven voor het indienen van een zienswijze.
7.1.
De rechtbank overweegt en oordeelt als volgt. Tijdens de zitting heeft eiseres desgevraagd toegelicht dat de opmerking dat het niet gepast is dat zij geen uitstel heeft gekregen voor het indienen van de zienswijze geen beroepsgrond is waarover zij een oordeel van de rechtbank wil. De rechtbank laat de vraag of de minister eiseres uitstel had moeten verlenen voor het indienen van de zienswijze daarom onbesproken.
7.2.
De rechtbank stelt verder vast dat de minister in het bestreden besluit weliswaar in eerste instantie heeft opgemerkt dat eiseres in haar zienswijze niet is ingegaan op de tegenwerping van de minister dat haar verklaringen wisselend zijn, maar dat de minister vervolgens toch inhoudelijk is ingegaan op de stelling van eiseres uit de zienswijze dat het niet thuis komen van haar vader mogelijk een bevestiging was voor eiseres dat haar vader was meegenomen.
7.3.
Volgens de minister heeft eiseres met het aandragen van de in haar zienswijze genoemde mogelijkheid onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom zij tijdens het nader gehoor wisselende verklaringen heeft afgelegd. De rechtbank kan de minister daarin - ook na de bevestiging van deze mogelijkheid door eiseres in beroep zoals hiervoor onder 7. vermeld - volgen. Uit pagina 15 van het verslag van het nader gehoor blijkt namelijk dat eiseres heeft verklaard dat haar vader is meegenomen door Al Shabaab en dat zij dit weet omdat haar moeder dit heeft verteld en ook omdat hij niet is thuisgekomen. Op de vraag wat haar moeder precies verteld heeft, heeft eiseres geantwoord dat haar moeder heeft verteld dat haar vader niet is thuisgekomen en dat niemand weet of hij nog leeft of niet. Op de vervolgvraag of het een vermoeden is dat haar vader is meegenomen, heeft eiseres wederom geantwoord dat haar vader normaliter altijd thuis kwam, maar dat hij niet is thuis gekomen. Anderzijds heeft eiseres blijkens pagina 21 van het nader gehoor verklaard dat haar moeder van mensen uit de buurt heeft gehoord dat haar vader door de mannen van Al Shabaab is geslagen en mishandeld. Na doorvragen heeft eiseres verklaard dat haar moeder dit heeft gehoord van getuigen, van mensen die bij de put waren om water te halen. Eiseres heeft verklaard dat er één getuige bij eiseres thuis is geweest en dat eiseres toen wel thuis was, maar dat zij het niet heeft gehoord en dat haar moeder het later die middag aan haar heeft verteld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het standpunt mogen innemen dat uit de verklaringen op pagina 15 blijkt dat het een vermoeden is dat de vader van eiseres is meegenomen door Al Shabaab, terwijl uit de verklaringen op pagina 21 blijkt dat eiseres
dit weet omdat een getuige dit aan haar moeder verteld heeft. Deze verklaringen zijn wisselend. Anders dan eiseres ter zitting heeft gesteld, kan de verklaring op pagina 15
“Mijn moeder heeft mij verteld, en niet alleen dat, hij is ook niet thuisgekomen”niet zonder meer worden opgevat als een bevestiging voor de stelling van eiseres dat de twee geschetste situaties naast elkaar kunnen bestaan. Op pagina 15 is namelijk - zoals hiervoor weergegeven - doorgevraagd aan eiseres en daaruit is gebleken dat zij van haar moeder weet dat haar vader niet is thuisgekomen. Dit komt niet overeen met haar verklaring dat haar moeder van een getuige heeft gehoord wat er bij de waterput is gebeurd. De beroepsgrond slaagt niet.
Over de verklaringen van eiseres ten aanzien van het trouwen met een lid van Al Shabaab en de verwijzing van eiseres naar algemene landeninformatie over gedwongen huwelijken door Al Shabaab
8. Eiseres voert verder aan dat het belangrijkste element in haar asielrelaas het feit is dat zij met een lid van Al Shabaab moest trouwen. De verklaringen die eiseres daarover heeft afgelegd, zijn niet vaag. De minister heeft hiermee in het bestreden besluit onvoldoende rekening gehouden. Tijdens de zitting heeft eiseres verwezen naar haar verklaringen op pagina 7, 8, 10 en 14 van het verslag van het nader gehoor. Eiseres voert verder aan dat de minister ten onrechte niet bij de geloofwaardigheidsbeoordeling heeft betrokken dat eiseres uit een gebied komt waar Al Shabaab aanwezig is en dat bekend is dat Al Shabaab zich schuldig maakt aan het hoogste aantal geregistreerde gevallen van gedwongen huwelijken en deze gebruikt als een vorm van compensatie voor zijn strijders. Eiseres verwijst ter onderbouwing naar pagina 32 van het EUAA Country Focus rapport over Somalië van 2025.
8.1.
De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat de minister aan eiseres mocht tegenwerpen dat zij vaag en summier heeft verklaard over de wijze waarop haar moeder is benaderd door Al Shabaab en dat zij wisselend heeft verklaard over de wijze waarop haar vader is benaderd door Al Shabaab. De omstandigheid dat eiseres consistent is geweest in haar verklaringen dát zij moest trouwen met een lid van Al Shabaab heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende mogen vinden om haar asielrelaas geloofwaardig te achten. Datzelfde geldt naar het oordeel voor de rechtbank voor de omstandigheid dat uit de algemene informatie waarnaar eiseres heeft verwezen blijkt dat Al Shabaab zich schuldig maakt aan het hoogste aantal geregistreerde gedwongen huwelijken. Dat het asielrelaas past in de algemene situatie in Somalië is weliswaar relevant, maar de minister heeft dit in het licht van de ongeloofwaardig geachte verklaringen van eiseres ten aanzien van haar individuele asielrelaas onvoldoende mogen vinden. De beroepsgronden slagen niet.
De beroepsgronden van eiseres over de zwaarwegendheid en het oordeel van de rechtbank daarover
Over het beroep van eiseres op het behoren tot een groep die systematisch wordt blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade
9. Eiseres voert aan dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat zij niet behoort tot de groep die systematisch wordt blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade, als bedoeld in het landgebonden asielbeleid ten aanzien van Somalië (paragraaf C7/30.4.1.1 van de Vc). Het is onduidelijk op
basis waarvan de minister in het bestreden besluit het standpunt heeft ingenomen dat het dorp waar eiseres vandaan komt, [plaats 1] , niet in Al Shabaab gebied ligt en dat de mogelijkheid bestaat dat eiseres naar dit dorp kan reizen zonder gebied van Al Shabaab te moeten doorkruisen. Uit de kaart van “ [internetsite] ” over de situatie op 31 maart 2025 blijkt namelijk dat [plaats 1] is gelegen in gebied dat wordt aangemerkt als “mixed, unclear, and/or local control’. Hieruit blijkt dat Al Shabaab in ieder geval gedeeltelijk de controle en/of macht heeft in het dorp van eiseres. Ook uit de verklaringen van eiseres blijkt dat Al Shabaab aanwezig is in het district [district] , waarin haar dorp gelegen is. Eiseres voert aan dat zij ook gelet op actuele landeninformatie niet veilig kan terugkeren naar haar dorp [district] . Zij verwijst naar passages over [district] en over het reizen tussen land en steden op pagina 60 en 83 uit het Algemeen Ambtsbericht van Somalië van 31 maart 2025.
9.1.
De rechtbank overweegt en oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres afkomstig is uit het dorp [plaats 1] en dat dit dorp is gelegen in het district [district] en in de regio [regio1] en dat het ten noorden ligt van de stad [plaats 3] .
9.2.
De minister heeft in het bestreden besluit het standpunt ingenomen dat het dorp van eiseres niet onder controle van Al Shabaab staat en dat eiseres, om daar naar toe te reizen vanuit [plaats 2] , niet door gebied hoeft te reizen waar Al Shabaab aan de macht is. De minister verwijst daartoe naar de kaart van [internetsite] die de situatie van 19 juni 2025 beschrijft. De minister acht het niet aannemelijk dat Al-Shabaab voldoende strijders heeft om overal aanwezig te zijn in de ‘gele gebieden’. De minister heeft in het verweerschrift toegelicht dat het dorp van eiseres blijkens de kaart van [internetsite] van 31 juli 2025 is gelegen in een geel gebied, waar sprake is van
“mixed, unclear and/or local control”. De dichtstbijzijnde grotere stad, [plaats 3] , staat onder controle van de “federal-aligned coalition”. De minister verwijst naar de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 9 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:18628) en van zittingsplaats Arnhem, van 24 september 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:17646). De minister heeft tijdens de zitting toegelicht dat het in feite niet meer ter zake doet of er sprake is van “mixed” of “unclear” gebied, omdat de zwarte stip op de kaart bij de stad [plaats 3] zo groot is, dat de minister ervan uitgaat dat het dorp van eiseres hier ook onder valt en dat het dorp dus ook onder controle staat van de “federal-aligned coalition”. Verder heeft de minister tijdens de zitting medegedeeld dat hij het standpunt dat het niet aannemelijk is dat Al-Shabaab voldoende strijders heeft om overal aanwezig te zijn in de ‘gele gebieden’, niet handhaaft.
9.3.
De rechtbank is van oordeel dat de minister, gelet op de door eiseres ingebrachte informatie, in het bestreden besluit zoals toegelicht in het verweerschrift, onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar haar dorp [plaats 1] geen reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank stelt daartoe allereerst vast dat de kaart van [internetsite] waar in het bestreden besluit naar wordt verwezen, dezelfde is als de kaart waar in het verweerschrift naar is verwezen. Beide kaarten beschrijven de situatie op 19 juni 2025. De rechtbank volgt de minister niet in diens standpunt dat uit de grootte dan wel omvang van de zwarte stip op de kaart bij [plaats 3] volgt dat het dorp van eiseres hier ook onder valt, omdat de minister op geen enkele manier heeft toegelicht waaruit blijkt dat de stippen op de kaart aldus geïnterpreteerd zouden moeten worden dat zij betrekking hebben op de oppervlakte van het gebied rondom de stad en dat zij bijvoorbeeld niet slechts, zoals gebruikelijk op veel geografische kaarten, betrekking hebben op de grootte of het
belang van de stad zelf. Gelet hierop heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat het dorp van eiseres zou behoren tot de “federal-aligned coalition”. Uit de door de minister aangehaalde uitspraken van zittingsplaats Groningen en Arnhem blijkt alleen dat er andere steden zijn die wel onder controle staan van de “federal-aligned coalition”, maar dit zegt nog niks over het dorp en het district waarnaar eiseres zal moeten terugkeren. Voor wat betreft het gegeven dat het dorp van eiseres is gelegen in “mixed, unclear, and/or local control” is verder van belang dat eiseres heeft verwezen naar het Algemeen Ambtsbericht van 31 maart 2025 waarin het volgende wordt gemeld:
“In de verslagperiode vonden verschillende offensieven plaats tegen Al Shabaab in het district [district] . Dit dicht beboste gebied is van militair strategisch belang omdat Al Shabaab zich er gemakkelijk kan verstoppen en aanslagen kan plegen in verschillende regio’s in [regio2] en [regio3] . Het lukte echter niet om Al Shabaab uit het gebied te verjagen.”
“Reizen over land tussen steden
Omdat het niet mogelijk was om een concrete afbakening te geven van de exacte controlegebieden van Al Shabaab, kan ook niet worden aangegeven tussen welke steden over land gereisd kon worden zonder door Al Shabaab gebied te reizen. Zoals in paragraaf
2.1.1
werd aangegeven, verloor Al Shabaab in de vorige verslagperiode weliswaar de controle over steden en dorpen in verschillende regio’s maar heeft zij nog voldoende capaciteit om ook in die gebieden in de landelijke regio’s en langs de hoofdwegen voor onveiligheid te zorgen.”
Uit deze bronnen valt naar het oordeel van de rechtbank niet af te leiden wie momenteel de controle heeft in het dorp van eiseres, dat is gelegen in het district [district] . Gelet op deze bronnen heeft de minister ter zitting het standpunt ingenomen dat niet langer aan eiseres wordt tegengeworpen dat het niet aannemelijk is dat Al Shabaab overal in de “gele gebieden” aanwezig is. Dat alleen van een reëel risico op ernstige schade sprake is als eiseres naar een gebied moet of door een gebied moet reizen dat onder volledige controle van Al Shabaab staat, volgt de rechtbank zonder nadere motivering niet. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit voornoemde bronnen blijkt dat sprake is van een fluïde veiligheidssituatie en dat in de verslagperiode nog offensieven plaatsvonden tegen Al Shabaab in het district [district] . Omdat onduidelijk is wie de controle heeft, kan niet geconcludeerd worden dat het district waar eiseres vandaan komt niet onder controle staat van Al Shabaab en dat zij daarom veilig naar haar dorp terug kan keren. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit - gelet op rechtsoverweging 9.3. - een motiveringsgebrek bevat. De rechtbank laat de overige beroepsgrond van eiseres over artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn onbesproken. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
10.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
10.2.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 3 juli 2025;
  • draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
zaaknummer: NL25.30809
10
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.