ECLI:NL:RBDHA:2025:18652
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure
Verzoekers hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van hun aanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De minister heeft op 6 mei 2025 een beslissing genomen op het bezwaarschrift van verzoekers. Verzoekers hebben echter aangegeven geen beroep in te stellen tegen deze beslissing. Omdat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een beroepsprocedure loopt tegen het besluit op bezwaar, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter verklaart daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepsprocedure.