ECLI:NL:RBDHA:2025:1866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure wegens ontbreken onderduiken
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 8 juni 2024 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie besloot op 28 november 2024 de overdrachtstermijn naar Oostenrijk te verlengen omdat eiser zogenaamd ondergedoken zou zijn. Eiser betwistte dit en stelde dat hij bij zijn echtgenote in Zwolle verbleef en dat de MOB-melding onjuist was.
De rechtbank oordeelt dat onderduiken in de zin van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening vereist dat de vreemdeling doelbewust buiten bereik van autoriteiten blijft. De rechtbank stelt vast dat op het moment van de MOB-melding nog geen besluit op de asielaanvraag was genomen en geen concrete overdrachtsdatum gepland was. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij niet de bedoeling had om onder te duiken.
De rechtbank vernietigt het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn en stelt dat de uiterste overdrachtsdatum op 24 januari 2024 zal verstrijken. Tevens veroordeelt zij de minister in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn wordt vernietigd.