Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
mede namens haar minderjarige kinderen[eiseres 2] ,V-nummer: [v-nummer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010, eiseres 2,
[eiser 1], V-nummer: [v-nummer 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2012, eiser 1
, [eiseres 3], V-nummer: [v-nummer 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2017, eiseres 3,
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres 1 heeft verklaard dat zij met haar kinderen in Pakistan verbleef en na 2017 niet meer bij haar man in Dubai op bezoek is geweest. [8] Over haar man heeft zij verklaard dat hij in september 2020 terug naar Pakistan is gekomen omdat hij geen werk meer had in Dubai [9] , dat de problemen zijn begonnen toen hij rond november 2020 zou hebben verteld dat hij hun minderjarige dochter wilde uithuwelijken [10] en dat haar man eind 2020 niet meer thuis is gekomen en dat zij sindsdien geen contact meer met elkaar hebben [11] . Eiseres 1 is na 2017 met haar kinderen enkel vanwege hun vlucht in 2021 nog in Dubai geweest, zo heeft zij verklaard. [12] Uit het rapport van Toelt volgt echter dat de vermelding “the holder is entitled visa free entry into Pakistan” erop wijst dat eiseres 1 in het buitenland, dus buiten Pakistan, verbleef. In de paspoorten van eisers staan verder uitreisstempels van de Verenigde Arabische Emiraten en inreisstempels van Pakistan van 10 september 2020, hetgeen niet overeenkomt met de verklaring dat eiseres 1 na 2017 niet meer in Dubai is geweest. Verweerder heeft dit terecht tegengeworpen. Bovendien zit er in het visumdossier van eiseres 1 een brief van 2 september 2021 van Emirates waaruit blijkt dat haar man sinds 16 augustus 2007 voor hen heeft gewerkt, dat dit nog steeds het geval is en dat de brief op verzoek van haar man is opgesteld met het oog op de visumaanvraag. Ook zit er een visum in het paspoort van eiseres 1 voor de Verenigde Arabische Emiraten, geldig van 12 augustus 2021 tot en met 11 augustus 2024, waarop haar man staat vermeld als sponsor. Daarnaast zitten er in de visumdossiers documenten van haar man die in 2021 zijn opgesteld namelijk een coronadocument, documenten die zien op het werk en bankafschriften. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat dit niet rijmt met de verklaringen van eiseres 1 dat zij sinds 2020 geen contact meer zou hebben met haar man en dat haar man op 30 september 2020 naar Pakistan is gekomen, omdat hij geen werk meer had. Gezien de hoeveelheid aan ongerijmdheden en de omstandigheid dat dit dusdanig verweven is met het asielrelaas van eisers, heeft verweerder kunnen concluderen dat het tweede asielmotief ongeloofwaardig is. Het standpunt van eisers dat er altijd een onwaar beeld moeten worden geschetst om een visum te verkrijgen en de informatie uit het Algemeen Ambtsbericht Pakistan [13] waarin wordt bevestigd dat frauduleuze documenten eenvoudig te maken zijn in Pakistan, maakt het voorgaande niet anders. Eisers hebben niet kunnen verduidelijken hoe het komt dat er dusdanig veel tegenstrijdigheden zijn tussen hun verklaringen en het visumdossier. De enkele stelling van eisers dat zij niet weten welke stukken uit het visumdossier frauduleus zijn, omdat dit is geregeld door een reisagent, is onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. Er zijn namelijk onvoldoende aanknopingspunten om na te gaan of dit kan kloppen. Overigens blijft het voor de rechtbank onduidelijk hoe een reisagent officiële inreis- of uitreisstempels in een paspoort zou kunnen verkrijgen, gezien deze door de autoriteiten gezet worden. Eiser heeft dit ook niet op zitting kunnen verduidelijken.