ECLI:NL:RBDHA:2025:18772
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak
Verzoekster heeft op 8 oktober 2025 een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in de hoofdzaak tussen haar en Stichting [stichting]. Dit verzoek volgde op een eerder afgewezen wrakingsverzoek. De kantonrechter had op 6 oktober 2025 al een einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
De wrakingskamer toetst het verzoek aan artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantasten. Volgens vaste rechtspraak moet een wrakingsverzoek tijdig zijn ingediend, namelijk vóór de einduitspraak zodat de rechter er nog kennis van kan nemen.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak bij de wrakingskamer binnenkwam, is het niet tijdig en kan het niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is geen reden voor een mondelinge behandeling, en de beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.