Eiser parkeerde op 3 oktober 2024 zijn auto aan een locatie in Den Haag waar een maximale aanmeldduur van 120 minuten geldt. Tijdens controle was geen parkeerbelasting voldaan en was geen geldige parkeervergunning aangemeld. Verweerder legde een naheffingsaanslag op die eiser betwistte.
Eiser stelde dat hij voor de eerste 120 minuten parkeerbelasting had betaald en dat voor de tijd daarna geen naheffing kon worden opgelegd, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad. Verweerder stelde dat de maximale aanmeldduur niet gelijk is aan de maximale parkeerduur en dat eiser zich na 120 minuten opnieuw had moeten aanmelden en betalen.
De rechtbank oordeelde dat het arrest van de Hoge Raad bevestigt dat bij een maximale parkeerduur geen belasting hoeft te worden betaald voor de tijd daarna, maar dat hier sprake was van een maximale aanmeldduur. Eiser had dus na 120 minuten opnieuw moeten aanmelden en betalen, wat technisch mogelijk was. Het niet opnieuw aanmelden maakte de naheffingsaanslag terecht.
De rechtbank wees erop dat het ontbreken van expliciete informatie in de app of bebording over het opnieuw aanmelden niet relevant is voor de belastingplicht. De onderzoeksplicht rust op de parkeerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.