Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres,
[minderjarige kind], V-nummer: [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. J.G. Wiebes),
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en aannemen dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt, waaronder de behandeling van de asielaanvraag zonder schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Eiseres slaagde er niet in concrete aanwijzingen te leveren voor een reëel risico op een onrechtmatige behandeling of pushbacks in Kroatië.
Ook het beroep op het arrest Tarakhel en de bijzondere kwetsbaarheid van eiseres en haar minderjarige zoon faalde, omdat onvoldoende medische onderbouwing en specifieke garanties ontbraken. De minister hoefde geen aanvullende garanties te vragen aan Kroatische autoriteiten. De rechtbank bevestigt dat de overdracht aan Kroatië niet leidt tot een onevenredige hardheid.
De minister mag eiseres en haar zoon aan Kroatië overdragen. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag niet in behandeling worden genomen; overdracht aan Kroatië is toegestaan.