ECLI:NL:RBDHA:2025:18843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens late asielbeslissing
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 mei 2024. Na een digitale ingebrekestelling op 20 december 2024 en het verstrijken van de wettelijke termijn, besloot de minister alsnog op 8 juli 2025, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De minister verzette zich tegen het verzoek om proceskostenvergoeding omdat de ingebrekestelling digitaal was ingediend, terwijl de elektronische weg volgens hem niet openstond voor dergelijke indiening. De rechtbank oordeelde echter dat digitale ingebrekestellingen geaccepteerd worden op grond van bestendige bestuurspraktijk en dat sluiting van deze weg niet duidelijk was gecommuniceerd.
De rechtbank concludeerde dat de minister te laat was met de beslissing en daarom geheel aan verzoeker was tegemoetgekomen. Op basis hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en legde de minister een vergoeding van €453,50 op, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens te late beslissing op de asielaanvraag.