ECLI:NL:RBDHA:2025:18851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep afgewezen wegens ontbreken persoonlijk belang bij tijdelijke omgevingsvergunning projectcontainer
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, waarbij zijn bezwaar tegen de verlening van een tijdelijke omgevingsvergunning voor het plaatsen van een projectcontainer werd niet-ontvankelijk verklaard. Het primaire besluit betrof een vergunning voor het plaatsen van de container gedurende vier jaar en acht maanden.
De rechtbank oordeelde dat eiser uitsluitend op persoonlijke titel beroep had ingesteld en niet namens de vereniging van eigenaren (vve). Hierdoor was de vve geen partij in de procedure. Voor het persoonlijk belang van eiser werd overwogen dat hij op aanzienlijke afstand van de projectcontainer woont en geen rechtstreeks zicht heeft vanuit zijn woning. Het feit dat hij de container ziet tijdens het passeren te voet of per fiets was onvoldoende om een persoonlijk belang aan te nemen.
De rechtbank bevestigde dat eiser zich onvoldoende onderscheidt van anderen die ook langs de container lopen en fietsen, en daarom geen belanghebbende is bij het besluit. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen persoonlijk belang heeft bij het besluit.