ECLI:NL:RBDHA:2025:189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en onttrekkingsgevaar bij uitzetting vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het voortduren van de maatregel rechtmatig is. Uit de beoordeling blijkt dat de minister voldoende voortvarend handelt, onder meer door schriftelijke rappellering bij de Marokkaanse autoriteiten. Er is geen reden om aan te nemen dat Marokko in het algemeen of voor eiser in het bijzonder geen laissez-passer zal afgeven.
Daarnaast blijkt uit vertrekgesprekken dat eiser niet actief meewerkt aan zijn uitzetting. Eiser heeft een garantverklaring overgelegd, maar deze en het contact met de garantsteller zijn onvoldoende om het onttrekkingsgevaar weg te nemen. Ook het feit dat eiser in Italië heeft gewerkt met valse documenten leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.