ECLI:NL:RBDHA:2025:4648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De minister heeft op 6 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder op 8 januari 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, zodat nu alleen de rechtmatigheid na 3 januari 2025 werd beoordeeld.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting binnen afzienbare termijn was en dat hij zich coöperatief opstelde. De rechtbank oordeelde dat ondanks het uitblijven van reactie van de Marokkaanse autoriteiten op het laissez-passer traject, er nog steeds zicht op uitzetting bestaat. Eiser heeft onvoldoende volledige medewerking verleend, zoals blijkt uit het weggooien van zijn paspoort en het niet verschijnen bij vertrekgesprekken.
De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld door meerdere rappelleringen aan Marokko en het voeren van vertrekgesprekken met eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding om een lichter middel toe te passen en acht de duur van de bewaring niet onevenredig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.