Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een gebiedsverbod dat hem is opgelegd voor een afgebakend gebied in de gemeente Lisse gedurende de jaarlijkse feestweek van 18 tot en met 25 september 2025. Het gebiedsverbod is opgelegd vanwege meerdere incidenten waarbij verzoeker betrokken zou zijn geweest, waaronder een recent voorval waarbij hij zich agressief gedroeg tegenover de politie en een raam vernielde.
Verzoeker stelde dat hij financieel en sociaal nadeel ondervindt door het gebiedsverbod en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang onvoldoende spoedeisend is, omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het toegangskaartje niet kan doorverkopen en dat hij zijn verlof anders kan invullen. Ook het sociale belang en het bezoek aan familie en vrienden binnen het gebied zijn niet voldoende onderbouwd om spoedeisend belang aan te nemen.
Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Hoewel verzoeker niet strafrechtelijk is veroordeeld, is het gebiedsverbod gebaseerd op de bevoegdheid van de burgemeester om personen die de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren te weren. De rechtbank concludeert dat er een ernstige vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde tijdens de feestweek.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.