ECLI:NL:RBDHA:2025:18989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit en bewaring wegens illegaal verblijf
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is sinds 2020 onderwerp van een terugkeerprocedure wegens illegaal verblijf in Nederland. In 2025 heeft de Minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen waarbij Tunesië als land van terugkeer is benoemd en eiser in bewaring gesteld. Eiser voerde aan dat het eerdere terugkeerbesluit niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van een land van terugkeer en dat het aanvullend besluit onrechtmatig was vanwege onjuiste persoonsgegevens en onvoldoende motivering.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere terugkeerbesluit wel rechtsgeldig is, omdat het land van terugkeer impliciet Algerije betrof en eiser hierover is gehoord. Het arrest Adrar verplicht niet tot motivering in het terugkeerbesluit zelf over belangen uit artikel 5 van Pro richtlijn 2008/115, maar wel tot toetsing door de bewaringsrechter. Eiser heeft zijn belangen niet voldoende onderbouwd en zijn verklaringen zijn inconsistent.
De rechtbank stelt vast dat het aanvullend terugkeerbesluit rechtsgeldig is, de belangen uit artikel 5 richtlijn Pro 2008/115 en het non-refoulementbeginsel niet aan terugkeer naar Tunesië in de weg staan, en dat de maatregel van bewaring proportioneel en rechtmatig is opgelegd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.