Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 17 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Verzoeker heeft daarnaast tweemaal een voorlopige voorziening gevraagd om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en constateerde dat ondanks het ontbreken van enkele indieningsvereisten en de aanwezigheid van misbruik van recht, inhoudelijk moest worden beslist. Verzoeker maakte geen concrete gronden kenbaar voor de voorlopige voorziening, noch onderbouwde hij zijn beroep op het associatierecht tussen de EU en Turkije. Bovendien maakte hij geen gebruik van de gelegenheid om zijn gronden aan te vullen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Het bezwaar tegen het primaire besluit werd eveneens ongegrond verklaard, waarna het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van connexiteit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.