ECLI:NL:RBDHA:2025:1907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid verlenging overdrachtstermijn en overdracht asielzoeker aan Kroatië
Eiser vroeg asiel aan in Nederland, maar verweerder acht Kroatië verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte de geldigheid van de verlenging van de overdrachtstermijn en stelde dat hij niet aan Kroatië mocht worden overgedragen vanwege risico's op mishandeling en pushbacks.
De rechtbank stelde vast dat de verlenging van de overdrachtstermijn rechtsgeldig was, omdat eiser op dat moment ondergedoken was en verweerder tijdig de Kroatische autoriteiten had geïnformeerd. De brief van verweerder aan Kroatië volstaat als kennisgeving van verlenging, een separaat besluit is niet vereist.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag toepassen en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij na overdracht risico loopt op schending van fundamentele rechten. De verzoeken om inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag in Nederland werden afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de bevoegdheid van verweerder om eiser aan Kroatië over te dragen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Minister de asielzoeker rechtsgeldig aan Kroatië mag overdragen.